100 jaar Citroën, eeuwfeest van een pionier

maandag 24 juni 2019

Dag op dag 100 jaar geleden was de eerste auto die het merk Citroën droeg afgewerkt. Het is een wonder dat het bedrijf nog bestaat, want tientallen jaren lang sukkelde Citroën van de ene storm naar de andere crisis. Met geniale vondsten, technische innovaties en een gedurfd design slaagde Citroën erin om te overleven. Enkele van de meest opmerkelijke wagens ooit gebouwd dragen het logo met de “double chevron”. 

Een geschiedenis van faillissementen en reclamestunts

Toen Citroën in 1934 een eerste keer bankroet ging, vroeg de Franse regering aan Louis Renault om het bedrijf over te nemen. Monsieur Renault dacht er niet aan, zijn respect voor zijn concurrent was te groot. Uiteindelijk kocht bandenfabrikant Michelin de noodlijdende autofabriek. Ze bonjourden de eigenzinnige en sociaal bewogen André Citroën er wel uit. Hij stierf enkele maanden later, 57 jaar oud.  Uit ongenoegen reed zoon Bernard van dan af alleen met Peugeot, en mevrouw Citroën, een Italiaanse, weigerde zelfs ooit nog in een auto plaats te nemen.   
André Citroën maakte zo nog net de geboorte mee van de Traction Avant, zijn grootste verwezenlijking, de eerste populaire auto met voorwielaandrijving, een huzarenstuk in die tijd. “Citroën spant de paarden waar ze thuishoren: voor de kar”, luidde de reclameslogan.

De voorvaderen van André Citroën waren Amsterdamse joden die Limoenman heetten en aan de kost kwamen met… groenten en fruit. Toen ze overschakelden naar de diamanthandel, veranderden ze hun naam in “Citroen”. De moeder van André was Pools.  

In 1919 stichtte ingenieur André zijn autofabriek in Parijs, op de plaats waar hij 17 jaar eerder al een werkplaats voor tandwielen of “chevrons” had gebouwd. Als een verlicht patriarch heerste hij over zijn werknemers. Hij was de eerste in Frankrijk om een ziekteverzekering te organiseren voor zijn werknemers, en hij gaf vreemdelingen alle kansen, wat niet vreemd is gezien zijn eigen afkomst. 

Een baken voor Charles Lindbergh

Citroën ontstond in 1919, net na de Eerste Wereldoorlog, en behoort zo tot de tweede golf van autoconstructeurs. Verscheidene merken waren al actief eind 19de, begin 20ste eeuw, onder meer Renault, Fiat, Daimler en Buick. Citroën introduceerde snel een aantal primeurs: de lopende band die hij had gezien bij Ford, een verdelersnet met soms spectaculaire showrooms, denk aan het IJzerplein in Brussel, auto’s met een reservewiel, een waarborg voor klanten en vooral reclamecampagnes. 

Toen in 1927 de “Spirit of St. Louis” na de eerste trans-Atlantische vlucht Parijs naderde, wist piloot Charles Lindbergh waar hij was door de 60 kilometer ver zichtbare Citroën lichtreclame op de Eiffeltoren. André Citroën praatte eerder met de luchtheld dan de Franse president. De eerste speelgoedautootjes waren Citroëns. En het bedrijf strooide honderden wegwijzers en plaatsnaamborden met het “double chevron”-logo over Frankrijk, sommige staan er nog. 

Citroën maakte graag de concurrentie belachelijk

De Traction Avant uit 1934 bleef in productie tot 1957. De 2pk alias “geit” of “eend” hield het nog langer uit. Volgens veel kenners is de DS uit 1955 de belangrijkste creatie op wielen ooit. De “snoek” of het “strijkijzer” had een vernuftig hydraulisch systeem voor ophanging en remmen. Het systeem werd helaas 2 jaar geleden afgevoerd toen de C5 uit productie ging. Ook de bescheiden GS uit de jaren 70 had dat systeem. 

Een nieuwe Citroën op een autosalon betekende dat de concurrenten het konden schudden. Citroën is nu een vaste waarde binnen de PSA-groep, waar ook Peugeot en Opel-Vauxhall deel van uitmaken. Maar tientallen jaren balanceerde het merk op het dunne koord tussen originaliteit en vernieuwing, en rendabiliteit…

Over een maand opent in Autoworld Brussel een tentoonstelling over 100 jaar Citroën. Meer informatie vindt u hier.

bron: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/06/04/100-jaar-citroen-eeuwfeest-van-een-pionier/